Hoe verhoudt de verbeterde meldcode zich tot ons beroepsgeheim? (Deel 4)


Na een aantal blogs waarin ik werkgevers oproep om mee te doen aan het werkgeversonderzoek, weer een inhoudelijke blog voor sociaal werkers.

Inmiddels alweer deel 4 van de blogserie: Hoe verhoudt de verbeterde Meldcode zich tot ons beroepsgeheim. Omdat ik begin dit jaar een vraag kreeg van een oud collega via LinkedIn ben ik deze blogserie gestart. Maar een antwoord op een vraag als deze pfff… dat is niet in een paar woorden te vatten, ook niet in 1 blog. Dus inmiddels alweer blog 4!

De vorige keren ben ik in gegaan op de wet- en regelgeving en beroepscode (deel 1), het zorgvuldig handelen bij een moreel dilemma of kwestie (deel 2), het uitwisselen bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling (deel 3). Vandaag voeg ik daar als slot deel 4 aan toe: Melden bij Veilig Thuis bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling.

In mijn zoektocht las ik onder andere het boek: ‘Moresprudentie. Ethiek en beroepscode in het sociaal werk’.  Een van de eyeopeners die ik had bij het lezen van het boek: Als sociaal werker heb je een normatief beroep.

Eigenlijk gek als je al zo lang met dit onderwerp bezig bent… Hoewel ik een heel uitgesproken mening heb over uitsluiting, huiselijk geweld, discriminatie, autonomie en zelfbeschikking en menselijke waardigheid, heb ik dit nog niet zo sterk aan mijn vak als sociaal werker gekoppeld als na het lezen van het boek. Zo zie je maar weer, dat nieuwe informatie kan leiden tot nieuwe of, in mijn geval, versterkte inzichten.

Als sociaal werker heb je een een vak waarin normen en waarden een grote rol spelen. Deze normen en waarden zijn ook leidend in je handelen. Je hebt er ook discussies over met elkaar (als het goed is;) omdat normen en waarden gedurende de tijd kunnen veranderen door nieuwe (wetenschappelijke) inzichten en hoe deze in de praktijk hun uitwerking hebben.

 

Natuurlijk zeg je, als mens én als professional, dat huiselijk geweld en kindermishandeling onaanvaardbaar zijn. Het streven om daar ook als professional een bijdrage aan te kunnen leveren is niet alleen voor de huidige generatie van belang, maar ook voor de toekomst van volgende. Daar wil je als professional gewoon voor staan, toch?

Tegelijkertijd vind je dat de vertrouwelijkheid van je vak ook een grote waarde is. Je wilt geen storm in een glas water veroorzaken (of erger), je vertrouwelijkheid op het spel zetten voordat je zeker bent van je handelen. Hoewel de wet wel zegt dat je het recht hebt om te melden bij Veilig Thuis als je de meldcode volgt, blijft overeind dat je er wel zeker van wil zijn dat je er goed aan doet om je zwijgplicht te doorbreken.

Belangrijkste reden voor de invoering van de afwegingskaders in de meldcode, is dat teveel situaties van huiselijk geweld en kindermishandeling te laat in beeld komen bij een organisatie die kan sturen op veiligheid en herstel (Veilig Thuis is daarvoor aangewezen door de overheid). Geweldspatronen worden onvoldoende herkend, onderkend en aangepakt door hulpverlening. De norm om te melden bij Veilig Thuis was te onduidelijk en daar heeft het afwegingskader een belangrijke functie in gekregen. In de afwegingskaders staan de professionele normen duidelijker beschreven.

Maar het meldrecht is en blijft een zwaar middel. Want in welke situaties maak je gebruik van dit meldrecht? En waar laat je het beroepsgeheim (of beter ‘zwijgplicht’ – zie deel 2) zwaarder wegen?

Dit was tot voor de komst van de afwegingskaders een – al dan niet normatieve – vraag, die je op basis van van zelf opgedane kennis, informatie en die van jouw organisatie (soms in samenwerking), zelf moest beantwoorden.

Het afwegingskader leidt jou door jouw casus heen en geeft richting wanneer het doen van een melding bij Veilig Thuis aangewezen is. Het is een beschrijving van maatschappelijke en professionele normen en door de beschreven ‘afwegingsvragen’ toets je de casuïstiek aan deze normen. Je afwegingen worden dus minder afhankelijk van jouw eigen en persoonlijke normen.

Blijft overeind dat jij een autonome professional bent die zelf de afweging maakt of je tot melding bij Veilig Thuis over gaat. De Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, het daarbij behorende afwegingskader, onze beroepscode, en een stappenplan bij morele dilemma’s of kwesties geven jou richting en zijn ondersteunend in jouw handelen. Door dit met regelmaat te oefenen of daadwerkelijk toe te passen krijg je zelfvertrouwen in de afwegingen die je maakt. Je kunt voorbeelden uit de praktijk uitwerken met collega’s. Je kunt leren van situaties waarin je achteraf gezien denkt: had ik maar…

 

“Zelfvertrouwen als professional krijg je niet door het weten en kennen van een regel, maar door te begrijpen waarom een regel bestaat en hoe je de regel in de praktijk kunt toepassen. Door het met regelmaat houden van moreel beraad en vaker te oefenen met het stappenplan bij ethische dilemma’s bouw je moresprudentie op.”  Aldus Jaap Buitink, auteur van het boek  ‘Moresprudentie. Ethiek en beroepscode in het sociaal werk’

 

Het boek Moresprudentie; Ethiek en beroepscode in het sociaal werk heb ik zelf aangeschaft, dit is geen gesponsorde bijdrage.

Het afwegingskader en dus de verbeterde meldcode is zeker niet alleen een regel die je moet toepassen. Het afwegingskader is een richtlijn die de normen die voor jou als professional gelden om zorgen over een gezin, (echt)paar of individu te melden bij Veilig Thuis. Je meld natuurlijk bij voorkeur in overeenstemming met de cliënten, maar als dit niet mogelijk is, hanteer je de normen die voor jouw beroepsgroep gelden. Omdat dit tot dilemma’s kan leiden pas je het afwegingskader vooral samen toe met jouw collega’s en/of Veilig Thuis. Als je daarin vaardiger wilt worden is het heel zinvol om je te verdiepen in het stappenplan bij morele dilemma’s en het boek ‘Moresprudentie. Ethiek en beroepscode in het sociaal werk’ kan jou daarin meer stevigheid geven.

 

Het doorbreken van onze zwijgplicht is en blijft een zwaar en ingrijpend middel, en de keuzes, afwegingskader of niet, blijven daarom enorm ingewikkeld voor jou als professional. Maar soms is het noodzakelijk om geweld te kunnen stoppen en veiligheid te realiseren. Dat zou wat mij betreft leidend moeten zijn bij al het professionele handelen. Een veilige toekomst; dat zou ieders professionele norm moeten zijn.

 

Aankondiging Maand van de Meldcode 2020

Dit jaar organiseer ik voor de 5e keer de Maand van de Meldcode in oktober. Met elke week een blog waarin ik 1 van de stappen van de Meldcode behandel. Ook dit jaar ga ik er weer voor! Wil jij jouw team motiveren om te handelen bij vermoedens van huiselijk geweld? Zoek jij naar mogelijkheden om je als aandachtsfunctionaris te profileren? Volg dan de Maand van de Meldcode en laat je inspireren!

 

Als eerste mijn blogs dan ontvangen? Meld je dan aan via onderstaande button en ontvang direct een e-book cadeau!

Ja, ik wil op de hoogte blijven van de Maand van de Meldcode  

 

Literatuur:

 

 

Geef nooit een advies aan iemand die jou daar niet om gevraagd heeft


Of iemand die daar geen toestemming voor gegeven heeft.

Wat denk jij dat er met jouw advies gebeurt als je dit ongevraagd geeft? En hoe vind je dit zelf? 

Stel je jezelf eens voor in het volgende verhaal.  ‘s Morgens vroeg stap je op de fiets naar je werk. Terwijl je je fiets pakt snuif je de frisse ochtendlucht op. Je hoort de vogels als een wilde tekeergaan. De dauw ligt als een grijze deken over het gras. Kortom een perfecte ochtend. Twijfel je nog even of je je jas wel aan zal doen of niet. De strakblauwe hemel doet beloven dat het een heerlijke dag gaat worden. Jas maar mee, voor de zekerheid.

Geef nooit ongevraagd advies, want daar zit altijd een oordeel over de ander in verborgen. (Visual: Marjan Huiskamp)

En dan, gelukkig ook maar, heb je je zomerse jassie meegenomen. Want na een minuutje of 5 trappen voel je druppels. Een wolkendeken lijkt dichtgeritst te worden boven je. En een paar seconden later plenst het. 

Daar was je niet op berekend! Wat een takkeweer! Doorweekt kom je aan op je werk. Balend van deze verkeerde inschatting. Die spijkerbroek zal wel de hele dag nat en koud en klef blijven. 

De eerste opmerkingen lijken meevoelend te zijn. Jeetje zeg! Das balen! Wat een plensbui hè! Kom ik hang je jas wel even op, kan jij je even opfrissen op het toilet. 

Opgelucht dat, afgezien van een doorweekte haardos, je er nog alleszins fatsoenlijk genoeg uitziet om aan de slag te gaan, kom je op je werkplek. 

Maar dan begint het…

‘Je had natuurlijk al kang het weer kunnen zien aankomen. Gisteren groot op het journaal.’

‘Je kunt ook de buienradar checken hè! Heb je hier geen last van!’

‘Volgende keer gewoon je regenpak meenemen.’ 

‘Ga toch schuilen als je weer in zo’n bui terecht komt.’

Ja dûh… dat had je zelf ook wel kunnen bedenken. Dat heb je zelfs al gedaan. Toen je vloekend en tierend dat laatste stukje door de plensbui heenfietst en dat ene druppeltje in je nek zijn weg naar beneden aan het zoeken was.

Op dit soort ‘goedbedoelde’ adviezen zit je dan toch helemaal niet te wachten? Misschien kan je je er zelfs gefrustreerd door voelen, want ze kunnen toch ook wel bedenken dat je daar al lang aan hebt gedacht! Of boos dat ze echt geen idee hebben waar jij zojuist doorheen bent gegaan. 

Waarom doe je dan vaak bij huiselijk geweld slachtoffers hetzelfde? Waarom blijf je adviezen geven die mensen zelf ook allang bedacht hebben? 

Zullen we afspreken dat jij dit ook gaat doen als je met een slachtoffer van huiselijk te maken hebt? Dat je jezelf eerst afvraagt waarom je dat advies zou willen geven? En dat je vervolgens daar eerst een open vraag over stelt? 

Het helpt jou om geen klep op je neus te krijgen, een dichte deur tegen te komen. Contact te maken.

En het nodigt het slachtoffer uit om met jou in gesprek te gaan in plaats van afkeer of weerzin te voelen. 

Weer een van de 3 onzichtbare muren omver! Muur 2 wel te verstaan! 

 

Meer weten over de 3 onzichtbare muren die tussen jou en een slachtoffer van huiselijk geweld instaan? Kijk dan mijn TEDxTalk, of vraag direct het gratis E Book aan: Hoe je met één gesprek meer impact kunt hebben op het stoppen van huiselijk geweld via de onderstaande knop:

Ja, ik wil het E Book ontvangen  

 

 

3 redenen om wél mee te doen aan het werkgevers onderzoek over huiselijk geweld


Twee weken geleden startte ik een oproep voor werkgevers om deel te nemen aan een onderzoek naar het bewustzijn over de omvang van huiselijk geweld. Inmiddels zijn de eerste reacties binnen. Toch vermoed ik dat veel werkgevers, managers of HR medewerkers zich niet aangesproken voelen tot mijn oproep.

De belangrijkste redenen? Ik vul in: ‘Daar hebben we bij ons op het werk niet mee te maken.’ Of: ‘Daar wil ik mijn vingers niet aan branden.’ Of: ‘Daar willen we niet mee geassocieerd worden.’

Daarom deze blog met 3 redenen waarom het wellicht wel een goede reden kan zijn om mee te doen aan dit onderzoek:

1. Wat je niet weet, daar kan je ook niet naar vragen.

Als je niet weet dat je collega niet op kantoor is verschenen vanwege een zieke moeder, of vanwege een lekke band, dan kan je je ergeren omdat iemand te laat is gekomen. Je kunt daar zelfs geagiteerd naar die collega over reageren. Je kunt dan schrikken als je de werkelijke reden hoort, en direct je woorden terugnemen. En natuurlijk had je handiger kunnen reageren. Maar wat je niet weet, daar kan je ook niet naar vragen.

2. Huiselijk geweld stopt niet achter de voordeur

Hoewel het vaak zo is dat werk een heel prettige afleiding kan zijn als iemand in een huiselijk geweld situatie zit, kan het ook het werk beïnvloeden. De vermoeidheid, gespannenheid, de overmatige alertheid of het tot aan het agressieve toe aan reageren op de collega’s. Huiselijk geweld beinvloed ook het functioneren van je werknemer en dus ook het werk in het team. Of als diegene met gevaarlijke machines werkt of op gevaarlijke plekken. Zolang huiselijk geweld doorgaat, heeft dit invloed.

3. Iedereen wil een goed werkgever zijn

Nee, geen soft geklets. Maar je wilt gewoon dat het personeel goed in zijn vel zit, lekker kunnen werken en ook veilig. Als je weet hoe veel huiselijk geweld voor komt, (ca 45% van de nederlandse bevolking tussen 18-60 jaar rapporteert tenminste 1x huiselijk geweld mee gemaakt te hebben in het leven), dan kan het bijna niet anders dat ook onder het personeel mensen zijn die dit meegemaakt hebben, of meemaken. Hoewel het echt onaanvaardbaar is, komt het ongelofelijk vaak voor. Ook als werkgever kan je er een bijdrage aan leveren om dit te stoppen.

Ook al weet je nu misschien nog niet hoe dit een plek kan hebben binnen je bedrijf, maar vind je het wel belangrijk? Dan kan je door het invullen van de vragen voor het werkgevers onderzoek, wel een bijdrage leveren aan het ontwikkelen van een passende aanpak daarvoor.

 

Dus, vind jij huiselijk geweld ook echt onacceptabel? En weet je misschien nog niet hoe je dit aan wilt of kunt pakken binnen jouw bedrijf? Dan roep ik jou op om deel te nemen aan mijn onderzoek. Dat kan je doen door de vragen hieronder in te vullen!

Wil je eerst meer info? Lees dan mijn vorige blog terug: Gemiste kans: Huiselijk geweld als oorzaak ziekteverzuim nog niet aangepakt Of kijk op deze pagina: Werkgeversonderzoek huiselijk geweld

Ben je geen werkgever, maar wil je mijn oproep wel delen? Dan kan je deze link delen, of de onderstaande PDF doorsturen.

Werkgeversonderzoek Huiselijk Geweld – Kirsten Regtop

Mijn dank is groot!