Het afwegingskader van de Meldcode Huiselijk Geweld is veel meer dan een vragenlijst...

Ken jij de Meldnormen die sinds januari 2019 zijn gekoppeld aan de Meldcode? 

Het afwegingskader is je als term wellicht bekend. Het afwegingskader bestaat uit 5 basisvragen die jou helpen te toetsen of je zou moeten melden of dat je in staat bent om zelf hulp te blijven bieden. Je toetst de situatie (Meldnorm 1: acute of structurele onveiligheid), en je eigen inzet in relatie tot wat je bereikt bij je cliënten (Meldnormen 2 en 3).  

De Meldnormen zijn over het algemeen veel minder bekend dat de vragen uit het afwegingskader, maar ze geven wel veel duidelijkheid over de logica die achter het afwegingskader schuilgaat. 

Vorige week behandelde ik al in stap 4: het afwegen van de veiligheid in een gezin. Oftewel Meldnorm 1. 

Deze week ga ik in op meldnormen 2 en 3 die verbonden zijn aan de laatste 3 vragen van het afwegingskader. En die gaan veel meer over jouw handelen in relatie tot het gezin en de te realiseren veiligheid.

Lees je mee? 

Aan het einde van stap 4 weeg je de veiligheid van de situatie in het huishouden.

Er zijn dus drie meldnormen (zie  kader). Oftewel in welke situaties ga je over tot een melding. Het is de visie van jouw beroepsgroep wanneer een melding aangewezen is.

Aan het einde van stap 4 weeg je eerst af of de veiligheid in het gezin een reden is tot het overgaan van een melding. Dan is de toetsing aan de hand van de eerste Meldnorm: Alle situaties van acute of structurele onveiligheid dienen gemeld te worden.

Je bepaalt dat aan de hand van de eerste twee afwegingsvragen.

1; Heb ik een vermoeden van huiselijk geweld?  Zo nee, je sluit de Meldcode. Zo ja, je gaat door naar de volgende afwegingsvraag.

2; Is er sprake van acute of structurele onveiligheid in het gezin of huishouden. Zo nee, dan ga je door naar stap 5 van de Meldcode en weeg je de laatste 3 vragen van het afwegingskader af. Zo ja, dan ga je over tot melding en weeg je de laatste 3 vragen van het afwegingskader samen met Veilig Thuis af.

Op basis van deze eerste twee vragen toets je de situatie van het gezin aan de norm. Of het veilig genoeg is. Of dat er grote zorgen zijn om de veiligheid waardoor melding is aangewezen. 

De tweede meldnorm: ben jij in staat de hulp te bieden die nodig is? ​

Waar je bij de eerste Meldnorm kijkt naar de veiligheid van het huishouden, bij te tweede meldnorm kijk je kritisch of jij degene bent om de hulp te kunnen bieden. Als jij meent niet in staat te zijn vanuit je professie of in relatie met de cliënt om hulp te organiseren of te bieden terwijl er sprake is van onderbouwde vermoedens van onveiligheid, dan zou je over kunnen gaan tot een melding om hulp op gang te brengen. 

Vragen* die je daarbij kunt beantwoorden zijn: 

  • Als er sprake is van acute onveiligheid, ben jij dan in staat om mensen in veiligheid te brengen? 
  • Weet je voldoende over de (on)veiligheid in het gezin?
  • Beschik je over voldoende kennis om daar hulp bij te bieden? 
  • Kan je de spanning die bij de situatie komt kijken hanteren?

 

 

Dit zijn een paar voorbeelden van  vragen die je jezelf hoort te stellen bij de toetsing aan deze norm. Uiteraard alles in relatie tot je eigen vak. Want wanneer je in kinderopvang werkt zullen je mogelijkheden heel anders liggen dan wanneer je als GZ-psycholoog aan een GGZ instelling verbonden bent. Zowel qua mogelijkheden tot het bieden van hulp, als qua inhoud van die hulp. 

*Vragen in deze blog zijn gebaseerd op de vragen die je ziet in de Meldcode App of op afwegingskadermeldcode.nl 

Werken de betrokkenen voldoende mee aan de geboden of georganiseerde hulp?

Ook hier komt het er op aan om stevig te kijken naar de mogelijkheden die jij hebt als professional, en of jij de juiste persoon bent dit te realiseren. 

Wanneer je lange tijd verbonden bent bij een gezin of cliënt en al die tijd wel gevoeld hebt dat er iets mis was, maar dat nooit bespreekbaar hebt gemaakt, dan is dat knap lastig om dat in dit stadium pas te gaan doen. 

Transparant handelen en duidelijk aangeven waar wat jou betreft de zorgen rond de veiligheid liggen is heel belangrijk in het hele proces, al vanaf het moment dat je signaleert. Als in deze fase blijkt dat dat onvoldoende gerealiseerd is waardoor mensen zich terugtrekken of zich niet willen committeren aan het veiligheidsplan, dan is de vraag of jij de juiste persoon bent dit te doen. 

Richt je dus bij het afwegen van de vraag of het je voldoende lukt hulp te bieden (meldnorm 2), en betrokkenen gaan niet mee in de zorg die je voorstelt, niet alleen op de reactie van de client. Maar onderzoek ook kritisch of jouw eigen handelen daarin een rol kan hebben gespeeld. En is het dan wellicht noodzakelijk een andere hulpverlener of partner te betrekken om dit wel te realiseren. 

De vragen die bij deze afweging komen kijken zijn ondersteunend in dit kritische reflectieproces: 

  • Hebben alle betrokkenen de focus op het stoppen van het geweld en een (duurzaam) herstel van veiligheid? 
  • Is er sprake van een gezamenlijke analyse en een risicogestuurd zorg- en herstelplan met doelen en evaluatiemomenten? 
  • Zijn de betrokkenen, alle leden van het cliënt systeem en het netwerk in staat de voorgestelde hulp direct aan te gaan? (Zo nee, wat is er voor nodig dit wel te doen?). 

Het terugtrekken van de geboden hulp kan ook onderdeel van een patroon zijn

Het kan ook zijn dat een huishouden vaker laat zien dat het bieden van hulp leidt tot afwijzen van hulp. Het lukt dan niet om hulp te bieden of organiseren vanwege andere redenen. Ik ben wel van mening dat het belangrijk is dat je eerst kritisch je eigen handelen evalueert hierbij om te kijken of andere uitkomst (het wél aanvaarden van de hulp) mogelijk is. 

Het is echter bekend dat deze situaties vaak niet gemeld worden bij Veilig Thuis, terwijl er wel sprake lijkt te zijn van een patroon. Als deze informatie vanwege geen of onmogelijke overdracht tussen hulpverleners verdwijnt, kan iemand steeds opnieuw hetzelfde doen. En blijft de onveiligheid in stand. 

Juist daarom is deze tweede Meldnorm zo relevant. 

De laatste Meldnorm: Leidt de hulp tot duurzame veiligheid?

Het kan gebeuren. Je bent super aan de slag met een gezin of huishouden. Ze staan open voor de hulp die je biedt. Er staat een veiligheidsplan waaraan zij en hun netwerk zich hebben verbonden. en toch komen er nieuwe incidenten voor. Of begint er op een andere manier onveiligheid aan de oppervlakte te komen. 

Om te voorkomen dat een gezin jarenlang met de beste intenties doormoddert is deze laatste meldnorm toegevoegd. 

Melden wanneer er ondanks de geboden hulp toch weer nieuwe incidenten zich voordoen. 

Reden waarom deze norm bestaat is onder andere omdat er vaak niet of veel te laat gemeld werd bij Veilig Thuis. Omdat de afweging voor 2019 was: Ben ik in staat hulp te bieden of moet ik melden bij Veilig Thuis? 

Op het moment dat je dan dus een mooi veiligheidsplan had en het werd niet veiliger in het gezin of er moeten telkens bijstellingen worden gedaan, dan kan dit jaren voortslepen. 

Hoe voorkom je dat je te lang doortrekt aan een dood paard?

Een dood paard is het natuurlijk niet als je samenwerkt aan de veiligheid. Maar het kan wel zo voelen als je maar brandjes blijft blussen in een huishouden. Of als het telkens net iets anders blijft te liggen dan je dacht. 

Daarom is het heel ondersteunend deze meldnorm en de bijbehorende afwegingsvragen door te nemen. 

  • Heb je er bijvoorbeeld aan gedacht wat een redelijke termijn is dat er verbetering zichtbaar moet zijn? 
  • Zijn de problemen ernstiger dan verwacht? 
  • Worden de doelen niet behaald? 
  • Of is er bijvoorbeeld specifieke expertise nodig? 

 

Door de afwegingsvragen te doorlopen denk je kritisch na over je eigen handelen. En stel je jezelf ook een grens en/of datum om de doelen te evalueren. 

 

De normen maken het wel zakelijker

De meldnormen en de daarbij behorende afwegingsvragen maken het handelen bij (vermoedens van) huiselijk geweld wel zakelijker. En dat is echt noodzakelijk. Want wanneer je niet objectief naar de (on) veiligheid én je eigen inzet kunt kijken, dan is het veel ingewikkelder om stappen te zetten. 

En uiteindelijk zijn je cliënten daar veel meer bij gebaat. Want hoe sneller het veilig is… hoe fijner ook zij kunnen leven. 

Daar wil je toch sowieso wel een verschil in maken? 

 

Bron van de afwegingsvragen en normen: 

Normen: NJI, 2018 pag 13

Afwegingsvragen: Meldcode App, te downloaden op je eigen telefoon 

Maand van de Meldcode

De laatste week van de Maand van de Meldcode is alweer aangebroken. Heb jij ook meegedaan met je team? Ik zou het enorm waarderen als je mij dit kunt laten weten. Stuur me een mailtje naar: info@kirstenregtop.com 

Tenslotte ga ik je nog een keer attenderen op het webinar voor Aandachtsfunctionarissen (iets naar beneden scrollen). In oktober geef ik hem nog een keer en ik heb nog maar een paar plekken vrij… 

Vanaf november weer mijn ‘normale’ blog tempo. Eens in de twee a drie weken een blog. Heb jij nog een tip waarover je wilt lezen? Ook dat vind ik heel fijn om van je te horen! 

Deel deze blog met iemand die hem ook moet lezen

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

In 3 stappen succes als aandachtsfunctionaris

In dit webinar deel ik niet alleen 3 stappen hoe je  aandachtsfunctionaris meer plezier uit je functie haalt en positief effect bij je collega’s teweeg brengt. Ik deel cadeaus uit aan de deelnemers.  

Maar eerst de inhoud, wat kan je verwachten? 

In dit webinar deel ik het stappenplan wat ervoor zorgt dat je meer overzicht krijgt over wat doet én hoe het veel minder hap snap gaat voelen. 

  1. Welke keuzes je kan maken om krachtig zichtbaar te worden
  2. Van onbekend maakt onbemind naar een aandachtsfunctionaris waar je collega’s meer van willen weten. 
  3. Tips en tools om met impact te communiceren (zodat ze wél in actie gaan komen) 

Deelname is gratis. Dus meld je aan om dit webinar te volgen. 

Woensdag 27 oktober 20.30 uur