Voordat huiselijk geweld wordt besproken gaat het vaak al mis

Wanneer je in je werk in aanraking komt met vermoedens van huiselijk geweld dan komt er veel op je af. Naast de informatie die je uit verschillende hoeken krijgt is er het verhaal van je cliënten. Die vaak ook nog eens totaal tegenover elkaar staan. Het goede nieuws is: veel situaties van huiselijk geweld verbeteren als er hulp komt. Toch is dit niet altijd het geval. 

Ik denk dat dit komt omdat het geweld vaak niet of slechts oppervlakkig besproken wordt. Waarom dat is, daar neem ik je mee in deze nieuwe blog. 

Je wordt sneller gerustgesteld dan goed is

Stel je bijvoorbeeld het volgende voor. Wanneer je met moeder in gesprek gaat over de situatie thuis vertelt ze: “We hebben het over het algemeen wel goed samen, alleen die ruzies, tja, die lopen nog wel eens hoog op.” Je haakt er op in: “Vertel eens, hoe gaan die ruzies dan?” Moeder schrikt en bagatelliseert direct: “Nou het valt wel mee hoor, meestal loopt een van ons snel weg uit de situatie en dan wordt het alweer wat rustiger.”

Vaak wordt je door dit soort bagatelliserende reacties voor en groot gedeelte al gerustgesteld. Of er ontstaat op zijn minst twijfel: ‘heb ik het dan inderdaad niet goed ingeschat?’ Met alle risico’s van dien. 

Dit is een van de valkuilen die heel begrijpelijk is maar veel voorkomt bij huiselijk geweld. Turnell & Edwards (signs of safety) noemen dit ‘profesional dangerousness’. Je vraagt door, krijgt een ontkenning, of iemand trekt zich terug en vervolgens blijft het erbij. Omdat je uitgaat van het beste.

 

Vaak strand het gesprek over huiselijk geweld al voordat het gevoerd is

Hoewel dit een heel expliciet voorbeeld is, zijn de meeste situaties veel onduidelijker. En strand de goede bedoeling al voordat het onderwerp überhaupt op tafel ligt. Er wordt niet gesproken over ruzies. Er wordt niet gevraagd naar de partnerrelatie als een kind bijvoorbeeld is aangemeld met hyperactief gedrag. Of als een van beiden met depressieve klachten bij de hulpverlener komt. Er wordt simpelweg niet aan gedacht dat dit signalen van huiselijk geweld kunnen zijn. 

 

Het vraagt veel van professionals om dit onder ogen te komen. Onze natuurlijke neiging om geweld niet te willen zien, speelt daarbij een belangrijke rol. Een neiging die versterkt wordt door onzekerheid. Over het niet hebben van antwoorden, het niet weten hoe te helpen of het niet weten hoe te praten over geweld.

Huiselijk geweld is nog steeds een van de grootste taboes binnen de hulpverlening

Je weet als hulpverlener vaak wel dat het voorkomt, maar zie je het ook in jouw eigen cliëntenbestand? Huiselijk geweld is nog steeds een van de meestvoorkomende taboes binnen de hulpverlening. 

 

Huiselijk geweld kan een  verklaring zijn voor de mogelijke oorzaken van onbegrepen gedrag of waarom de verwachte verbetering in de behandeling uitblijft. Als het bespreekbaar maken dus geen vast onderdeel uitmaakt van de behandeling of geboden hulp, dan wordt enkel aan symptoombestrijding gedaan. Als we daarbovenop door de natuurlijke afkeer van (huiselijk) geweld,  dit mogelijke geweld minimaliseren. Dan blijft het onderwerp taboe en onder tafel. En houden we onveiligheid binnen gezinnen in stand.

 

 

Het bieden van hulp start met de moed om huiselijk geweld bespreekbaar te maken

Het onderzoek van Verwey-Jonker laat zien dat gespecialiseerde hulp vaak nodig is om verbetering in de situatie te brengen. Het goede nieuws is dat er een verbetering gaande lijkt te zijn. Maar dit onderzoek betreft gezinnen die al in beeld zijn. Er zijn er nog veel meer die dat niet zijn. Ik denk dat meer mensen hulp kunnen krijgen als zij durven te spreken over de situatie met hun hulpverleners. En jij kan daar een belangrijke rol dus bij hebben. 

 

De start van het stoppen met geweld is het vinden van de moed om geweld bespreekbaar te maken,  vermoedens te laten bestaan, ondanks dat je gevoel en geweten zegt dat het niet waar kan zijn, maar de feiten toch anders uitwijzen.  Je eigen afkeer van geweld te herkennen en toch dieper door te vragen. 

 

Wees moedig en zet door. En vraag hulp, reflectie en training om er steeds beter in te worden. Zo kan je voor veel mensen wel degelijk een verschil maken.

Deel deze blog met iemand die hem ook moet lezen

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Nieuw webinar: met SKJ-accreditatie!

Geweldspatronen, zie jij wat ik zie?

Het is de nachtmerrie van elke hulpverlener: een moord binnen een gezin. Toch gebeurt het. En dan is het de vraag: kan je iets doen om dit te voorkomen?

Een van de geweldspatronen die vaak voorafgaat aan een gezins- of (ex-)partnermoord is het patroon van dwingende controle. Psychisch geweld. Daarom is het belangrijk dat dit patroon vroegtijdig herkend wordt. In het webinar Geweldspatronen; zie jij wat ik zie? Leer je de verschillende patronen kennen en hoe je ze zou kunnen herkennen. En nog meer:

  • Wie doet wat eigenlijk bij wie? En wat zegt dat over het geweld wat plaats vindt? En over de directe veiligheid?
  • Welke geweldspatronen zijn er te onderscheiden? En welke indicaties zijn er die duiden op een specifiek patroon?
  • In welke valkuilen kan je lopen bij het onderzoeken van geweldspatronen?
  • Welke vragen kan je stellen om een onderbouwde hypothese op te stellen?

Je wordt meegenomen in een interactief programma waarin je zelf ook aan de slag gaat met diverse kleine opdrachten en vragen.

Dit webinar is geaccrediteerd door het SKJ met 1,5 punt. 

Het webinar is ontwikkeld in opdracht van Veilig Thuis Noord Oost Gelderland en is geschikt voor: 

  • Veilig Thuis medewerkers, Medewerkers RvdK, Medewerkers Jeugdbescherming 
  • Medewerkers in zorg en welzijn, ambulante hulpverlening, wijkteams. 

Deelname bedraagt 50,- (ex BTW). Als je voor 16 juli je aanmeld krijg je met de kortingscode: ZOMERVIBES21 25 euro introductiekorting op je deelname. 

Bekijk hier wanneer het eerstvolgende webinar gepland staat.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.